Nieuws
Verzoek tot vervangende toestemming voor verhuizing afgewezen
In deze zaak verzoekt de vrouw – die zwanger is van haar nieuwe partner – om aan haar vervangende toestemming te verlenen om te verhuizen met de minderjarige zoon van partijen. Zowel de Rechtbank, als het Gerechtshof wijzen het verzoek van de vrouw af.
Lees verder »
Vervangende toestemming voor (achter)naamswijziging toegewezen
In deze zaak is sprake van gezamenlijk gezag over de minderjarige en is beslist op het verzoek tot vervangende toestemming tot het indienen van een aanvraag tot wijziging van de geslachtsnaam. De Raad voor de Kinderbescherming heeft onderzoek gedaan naar het belang van de minderjarige, de bestendigheid van de wens en of de minderjarige de consequenties kan overzien. De rechtbank verleent de verzochte vervangende toestemming.
Lees verder »
Vervangende toestemming voor verhuizing met en inschrijving op nieuwe school van kinderen toegewezen
In deze zaak verzocht de vrouw aan de Rechtbank om aan haar vervangende toestemming te verlenen om met de twee minderjarige kinderen uit haar beëindigde relatie met de man, te verhuizen naar de woonplaats van haar nieuwe partner en de kinderen op een nieuwe school aldaar in te schrijven.
Lees verder »
Verzoek DNA-onderzoek en vervangende toestemming tot erkenning, gezag en een omgangsregeling afgewezen, nu niet aannemelijk is dat de man de verwekker van het kind
In deze zaak zijn de verzoeken van de man om een DNA-onderzoek te gelasten, alsmede – indien het kind van hem blijkt te zijn – vervangende toestemming tot erkenning en gezag en het vaststellen van een omgangsregeling afgewezen, nu zowel de Rechtbank, als het Hof het niet aannemelijk achten dat de man de verwekker van de minderjarige is.
Lees verder »
Verwekker kan vervangende toestemming erkenning verzoeken, ondanks eerder gedane erkenning door ander
In deze zaak ging het om een verzoek van de biologische vader om vervangende toestemming voor erkenning van zijn dochter te verlenen, op grond van artikel 1:204 lid 3 BW. De dochter was echter reeds door de nieuwe partner van de moeder erkent, op grond waarvan het Hof het verzoek niet-ontvankelijk had verklaard. De Hoge Raad vernietigt en verwijst echter, onder verwijzing naar haar uitspraak van 30 oktober 2015.
Lees verder »
Hoge Raad vernietigt uitspraak van het Hof, oordelende dat er een belangenafweging had moeten plaatsvinden.
In deze zaak verzoekt de moeder, na twee mislukte pogingen daartoe in Belgie, de Nederlandse rechter om vervangende toestemming ex artikel 1:253a BW voor een verhuizing met minderjarige kinderen naar België te verlenen. De Rechtbank en het Hof wijzen dit verzoek af. De Hoge Raad oordeelt dat er een belangenafweging had moeten plaatsvinden en verwijst tevens naar artikel 8 EVRM. De Hoge Raad vernietigt de uitspraak van het Hof.
Lees verder »
Internationale kinderontvoering en de weigeringsgronden ex artikel 13 Haags Kinderontvoeringsverdrag
In deze zaak ging het om internationale kinderontvoering. Teruggeleiding van de kinderen is – gelet op de specifieke omstandigheden – afgewezen op grond van artikel 13 lid Haags Kinderontvoeringsverdrag (verzet minderjarigen) en 13 lid 1 sub (ondragelijke toestand).
Lees verder »
Verzoek van de moeder om vervangende toestemming te verlenen voor een verhuizing toegewezen
In deze zaak besliste de Rechtbank dat, ondanks de uitgebreide zorgregeling met de vader – alle feiten en omstandigheden in aanmerking nemende en de belangen van het kids, de moeder en de vader tegen elkaar afwegende – aan de moeder vervangende toestemming diende te worden verleend om met de minderjarige (terug) naar haar geboorteplaats te verhuizen en het kind aldaar in te schrijven op een basisschool en buitenschoolse opvang.
Lees verder »
Duitse rechter weigert tenuitvoerlegging van een onherroepelijke uitspraak van de Nederlandse rechter
In deze zaak heeft de Rechtbank het verzoek van de vrouw tot vervangende toestemming om met haar minderjarige zoon naar Duitsland te verhuizen toegewezen. Het Hof in hoger beroep vernietigt die beslissing van de Rechtbank en beslist dat de vrouw met het kind binnen een bepaalde termijn naar Nederland dient terug te verhuizen. De vrouw doet dit niet, waarna de man zich tot de Duitse rechter wenst met het verzoek om de uitspraak van de Nederlandse rechter ten uitvoer te leggen. De Duitse rechter wijst dit verzoek af.
Lees verder »
Geen rechtsmacht van de Nederlandse rechter ten aanzien van het verzoek tot hoofdverblijfplaats
In deze zaak heeft de vrouw de Nederlandse rechter verzocht om de echtscheiding tussen haar en de man uit te spreken en de hoofdverblijfplaats van de zoon bij haar te bepalen. De rechter acht zich ten aanzien van de scheiding wel bevoegd, maar niet ten aanzien van het verzoek tot de hoofdverblijfplaats van de zoon.
Lees verder »