Geen vervangende toestemming voor verhuizing naar Zwitserland
Uit de verbroken relatie tussen M en V zijn twee minderjarige kinderen geboren, over wie partijen het gezamenlijk gezag uitoefenen. De kinderen wonen bij V, al staat het hoofdverblijf van de kinderen nog ter discussie.
V heeft de rechtbank verzocht om haar vervangende toestemming te verlenen om met de kinderen te verhuizen naar Zwitserland. De rechtbank heeft dit verzoek afgewezen, waarop V in hoger beroep is gegaan.
Net als de rechtbank had geoordeeld, is naar de mening van het hof de noodzaak van de verhuizing naar Zwitserland ook in appèl niet aangetoond. V had in dit kader haar astmatische klachten en/of die van de jongste zoon van partijen als grond heeft aangevoerd, maar M heeft die klachten betwist – althans de zodanige ernst ervan dat dit een verhuizing naar Zwitserland zou rechtvaardigen – en deze zijn door V onvoldoende onderbouwd. Aan de gestelde medische noodzaak kent het hof dan ook geen doorslaggevende betekenis toe. Voorts overweegt het hof dat niet gezegd is dat de gewenste verhuizing in het belang van de kinderen is, ondanks het feit dat zij inmiddels het enthousiasme van V over de voorgenomen verhuizing lijken te delen. Het belang van de kinderen is in de eerste plaats gelegen in een stabiele leefomgeving, waarin zij in alle rust kunnen werken aan hun ontwikkelingstaken.
Het hof heeft in deze zaak overwogen dat een internationale verhuizing hoge eisen stelt aan een degelijke voorbereiding op het gebied van werk, wonen, school en sociale inbedding. Een dergelijke voorbereiding ontbreekt in het onderhavige geval nagenoeg geheel.
Ook is V niet in staat gebleken om de zorgen die het hof heeft over de gevolgen van de verhuizing voor de kinderen en de positie van M weg te nemen. Sterker nog, door de verhuisplannen is de al jaren goedlopende zorgregeling gestagneerd en hebben de kinderen aangegeven voorlopig geen contact meer met hun vader te willen. Daar moet naar het oordeel van het hof eerst aan worden gewerkt, in samenhang met de verplichting van ouders om de banden van de kinderen met de andere ouder te bevorderen op grond van artikel 1:247 lid 3 BW.
Het feit dat de kinderen inmiddels hebben aangegeven naar Zwitserland te willen verhuizen, maakt dit niet anders, waarbij het hof opmerkt dat het er geenszins van overtuigd is geraakt dat de kinderen daadwerkelijk begrijpen wat de verhuizing op allerlei (leef)gebieden voor hen zou inhouden.
Het hof bekrachtigt de beschikking van de rechtbank.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 22 augustus 2017, ECLI:NL:GHARL:2017:7429