Geen toestemming om met één kind naar Denemarken te verhuizen
Uit het huwelijk tussen partijen zijn twee nu nog minderjarige dochters D1 en D2 geboren, over wie zij gezamenlijk het ouderlijk gezag uitoefenen. In 2017 wordt het huwelijk ontbonden door echtscheiding. D1 heeft haar hoofdverblijfplaats bij de moeder en D2 bij de vader. Er is een zorgregeling tussen de ouders en de kinderen van kracht. De moeder heeft in X inmiddels een nieuwe partner gevonden, met wie zij zoon Z heeft gekregen.
De moeder verzoekt de rechtbank om haar vervangende toestemming te verlenen om samen met D2 naar Denemarken te verhuizen. Zij voert aan dat ze samen met X en Z in Denemarken een boerenbedrijf wil starten. Het liefst zou zij met beide dochters naar Denemarken verhuizen, maar omdat D1 heeft aangegeven bij de vader te willen blijven, verzoekt de moeder alleen toestemming om met D2 te verhuizen.
De rechtbank stelt vast dat de moeder, ondanks het ontbreken van toestemming van de vader, al stappen heeft gezet ter voorbereiding op de verhuizing. De moeder en X hebben hun huis in Nederland al verkocht en een woning in Denemarken gekocht. X heeft zijn baan opgezegd en woont inmiddels reeds in Denemarken. De moeder woont nu tijdelijk met D2 en Z bij een familielid. De moeder heeft D2 nauw betrokken bij deze stappen. Zij heeft toegelicht dat er haast was met de verhuizing, omdat boeren tot hun 41e jaar een subsidie van de Deense overheid kunnen krijgen voor het starten c.q. overnemen van een boerenbedrijf en X wordt binnenkort 41 jaar.
De afstand tussen de woning van de vader en de woning van de moeder in Denemarken bedraagt ruim 600 km. Partijen woonden voorheen nog geen 15 km bij elkaar vandaan. D1 en D2 zien elkaar nu ieder weekend. De rechtbank acht het van belang dat zij zowel onderling, als met ieder van hun ouders goed contact blijven houden. Indien D2 verhuist naar Denemarken, worden zij en D1 van elkaar gescheiden. D1 heeft in het kindgesprek verteld dat als D2 zou verhuizen, zij haar erg zou missen. D2 vertelde dat zij graag naar Denemarken wil en dat het voor haar voldoende is als zij D1 in de vakanties ziet.
De rechtbank acht het niet in het belang van de kinderen als zij van elkaar gescheiden worden, omdat de kans aanzienlijk is dat zij dan (verder) uit elkaar groeien. Dat de moeder heeft aangeboden om D2 iedere vakantie naar de vader en D1 te brengen en haar weer op te halen, maakt dit niet anders. Gebleken is dat de vakanties in Denemarken niet allemaal gelijk lopen met die in Nederland. Bovendien kan de vader niet alle vakantieweken vrij nemen en kan het verblijf in de vakanties niet gelijk gesteld worden aan de huidige situatie, waarin de zussen ieder weekend samen zijn.
De rechtbank merkt verder op dat D1 en D2 na de verhuizing een grote afstand krijgen tot één van beide ouders. De vader wil innig betrokken blijven bij het leven van zijn beide dochters en ook D2 regelmatig blijven zien. Na een verhuizing naar Denemarken zou de omgang tussen de vader en D2 beperkt zijn tot de vakanties, waarbij te gelden heeft dat de vader dan niet altijd vrij kan nemen.
De loyaliteitsproblematiek bij de dochters is vergroot door de verhuisplannen van de moeder, waar D2 nauw bij betrokken is. Een verhuizing naar Denemarken leidt tot een nog verdere uiteendrijving. Daarbij komt dat de band tussen D1 en de moeder nu reeds onder druk staat. Door de verhuizing komt D1 nog meer op afstand van haar moeder te staan, terwijl het juist in haar belang is om de band met de moeder te versterken.
Al met al is er naar het oordeel van de rechtbank geen noodzaak voor de moeder om naar Denemarken te verhuizen, terwijl de vader en beide kinderen door de verhuizing zwaar in hun belangen worden getroffen. De rechtbank wijst het verzoek af.
De uitspraak is hier te lezen.