Kortgedingrechter wijst - ondanks een week-op-week-af-regeling - verhuizing van moeder toe
Uit het huwelijk tussen partijen zijn drie thans nog minderjarige kinderen geboren, over wie zij gezamenlijk het ouderlijk gezag uitoefenen.
In 2016 wordt de echtscheiding tussen partijen uitgesproken. Het oudste kind heeft het hoofdverblijf bij de vader, de twee jongste kinderen bij de moeder. Partijen zijn een co-ouderschap – een week op, week af-regeling – overeengekomen en wonen op dit moment dicht bij elkaar in de buurt in Amsterdam West.
De vader heeft van de kinderen gehoord dat de moeder gaat verhuizen naar Hoofddorp, waar zij een huurwoning heeft gevonden. In kort geding vordert hij het de moeder te verbieden om met de kinderen naar welke bestemming dan ook te verhuizen. De vrouw vordert op haar beurt vervangende toestemming voor de door haar voorgenomen verhuizing naar Hoofddorp.
De voorzieningenrechter overweegt als volgt. Qua woning is de verhuizing naar Hoofddorp een grote verbetering: van een verouderd, slecht geïsoleerd eenkamer appartement van 45 m2, naar een nieuwbouwwoning van 70 m2 met energielabel A+++. De kinderen krijgen allemaal een eigen kamer en zitten niet meer bovenop elkaar. Dat is niet alleen in het belang van de kinderen, maar draagt ook bij aan het welzijn van de moeder. Hetgeen weer goed is voor de kinderen. Over de noodzaak om uit de huidige woning te verhuizen, twisten partijen niet. Het is de vader bekend dat de moeder al jaren andere woonruimte probeert te krijgen. De vader toonde daar ook begrip voor. Weliswaar is hij overvallen met het nieuws over de woning in Hoofddorp, maar de moeder heeft ter zitting toegelicht dat dit een van de vele woningen was waarop zij had ingeschreven en dat het er gelet op de grote belangstelling helemaal niet naar uitzag dat zij een kans maakte. Zij werd zelf onlangs zeer verrast met de mededeling dat zij deze woning op heel korte termijn kon betrekken.
De kwestie is dat de nieuwe woning zich in Hoofddorp bevindt, hetgeen inhoudt dat partijen niet langer vlak bij elkaar zullen wonen. Het is de bedoeling dat de kinderen op dezelfde school blijven en ook in de naschoolse activiteiten komt geen verandering. In de week dat de kinderen bij hun vader zijn en in het contact met hem in die week verandert dus niets.
De afstand tussen Amsterdam en Hoofddorp speelt in de week dat de kinderen bij hun moeder zijn. Zij zal vanuit Hoofddorp moeten zorgen dat de kinderen op tijd naar school en andere activiteiten gaan en daar ook weer op tijd worden opgehaald. Tot dusverre liep dit in haar week wel eens stroef, maar dan was de vader steeds in de buurt en bereid om in te springen, waar de moeder dankbaar gebruik van maakte. Ded vader maakt zich dus niet zonder reden zorgen dat het misgaat als hij niet langer achtervang kan zijn, dit terwijl het na een heel moeilijke periode de laatste tijd net goed gaat met de kinderen.
De moeder toont zich ter zitting bewust van de problemen die de extra afstand kan opleveren. In haar nieuwe baan hoeft zij maar één dag per week aanwezig te zijn, de rest kan zij vanuit huis werken. Zij heeft er alle vertrouwen in dat dit haar gaat lukken. Wellicht is de vader bereid om zo nodig ook in de toekomst de helpende hand te blijven bieden, maar als dat niet mogelijk is, zal de moeder het zelf moeten zien te rooien. Het alternatief is dat de woning in Hoofddorp, waarover de kinderen inmiddels ook hebben gehoord, op het laatste moment wordt afgezegd en dat een nieuwe zoektocht begint zonder enig uitzicht binnen afzienbare tijd op een vergelijkbare maar dichterbij gelegen woning. Dat scenario is voor niemand goed.
Alle omstandigheden in aanmerking genomen, acht de voorzieningenrechter de voorgenomen verhuizing toch het meest in het belang van de kinderen en van de moeder en De voorzieningenrechter wijst de vordering van de vader af en die van de moeder toe.
De uitspraak is hier te lezen.