Vakantie in tijden van Corona I
Uit het door scheiding ontbonden huwelijk tussen de vader en de moeder zijn drie (thans nog) minderjarige kinderen geboren. De ouders oefenen het gezamenlijk ouderlijk gezag over hen uit.
De hoofdverblijfplaats van de kinderen is bij de moeder. De vader woont samen met zijn partner, met wie hij een kind heeft, in Genève (Zwitserland).
In kort geding verzoekt de vader om vervangende toestemming aan hem te verlenen om de laatste drie weken van de zomervakantie met de kinderen in Genève te verblijven, waarbij zijn broer de kinderen tijdens de vliegreis zal begeleiden. De vliegtickets voor de reis zijn al geboekt. De moeder verzet zich tegen het verzoek van de vader.
De Voorzieningenrechter stelt voorop dat het voor de kinderen van belang is dat zij gedurende hun vakantie omgang hebben met hun vader en halfbroer. De moeder heeft op zichzelf geen bezwaren geuit tegen het verblijf van de kinderen in Genève, maar heeft als verweer voornamelijk aangevoerd dat zij het, gelet op de Covid-19-epidemie, onveilig vindt dat de kinderen met het vliegtuig reizen. In het vliegtuig kan tenslotte geen 1,5 meter afstand worden bewaard en op de luchthavens passeren dagelijks grote aantallen mensen. Bovendien hebben de oudste twee kinderen last van (zware) astma, waardoor zij tot de risicogroep behoren.
De vader heeft weliswaar gesteld dat de situatie in Zwitserland voor wat betreft de Corona-besmettingen vergelijkbaar is met Nederland en dat er zelfs in Zwitserland nóg strengere voorzorgsmaatregelen van kracht zijn, maar dat neemt niet weg dat een reis per vliegtuig risico’s met zich mee brengt. De Voorzieningenrechter oordeelt dat een reis per vliegtuig naar en van Zwitserland op dit moment niet in het belang van de kinderen kan worden geacht en hecht er hierbij belang aan dat de kinderen zelf hebben verklaard dat zij het eng vinden om met het vliegtuig naar Genève te reizen en het liefst in Nederland blijven. Nu het voor de vader geen alternatief is om de kinderen met de auto naar en van Genève te (laten) reizen, wijst de Voorzieningenrechter zijn verzoek af.
De volledige uitspraak is hier te lezen.