Vervangende toestemming voor (achter)naamswijziging toegewezen
De Rechtbank overweegt in deze zaak allereerst zich veel zorgen te maken over de ontwikkeling van de minderjarige, gelet op haar enorme afkeer voor de vader. Naar het oordeel van de Rechtbank is de wens van de minderjarige om een andere achternaam te krijgen echter (inmiddels) wel authentiek en bestendig. De minderjarige voert al geruime tijd in haar dagelijks leven, zoals op school, de door haar gewenste achternaam, die van haar moeder. Veel mensen uit haar omgeving kennen haar officiële achternaam niet eens.
De minderjarige volhardt daarnaast in haar wens om de achternaam van haar moeder te verkrijgen. Enerzijds stelt zij met de achternaam van haar vader te zijn gepest en anderzijds wil zij die naam niet meer dragen, omdat zij geen verbintenis voelt met deze naam en haar vader. Kort gezegd voelt zij zich in de steek gelaten door de vader en ervaart zij zijn achternaam als zeer negatief vanwege alle herinneringen die eraan vast zitten.
Hoewel met de gewenste achternaamswijziging de enige gevoelsmatig overgebleven band tussen de vader en de minderjarige wordt doorgesneden, heeft de Raad voor de Kinderbescherming toch geadviseerd om vervangende toestemming voor de achternaamswijziging te geven. Dit juist met het doel om op langere termijn ruimte te bieden bij de minderjarige om – met hulp van een derde – een neutralere kijk te krijgen op de strijd tussen de ouders en haar, als gevolg daarvan, zeer negatieve associatie met de vader.
Gelet op de rapportage van de Raad overweegt de Rechtbank dat de minderjarige op dit moment slechts één enkele focus heeft, te weten het tot stand brengen van de achternaamswijziging. Door de achternaamswijziging kan de minderjarige rust krijgen, dat zij nodig heeft om zich verder tot volwassene te kunnen ontwikkelen.
De Rechtbank is daarmee van oordeel dat de achternaamswijziging in het belang van de minderjarige kan worden geacht en wijst om die reden het verzoek van de moeder toe.
De uitspraak is hier na te lezen.